PGB + hechtingsproblematiek

Een kind hecht zich aan de ouders. Dit is een proces dat vooral in de eerste levensjaren van het kind plaatsvindt. Hechting ontstaat door wederzijdse reacties tussen het kind en de ouders en leidt tot een duurzame relatie. Dit hechten geeft een kind een veilig gevoel, een gevoel dat het weet dat er iemand is op wie ze terug kunnen vallen, iemand die van ze houdt en waarbij ze veilig op kunnen groeien. Hechting is dus een zeer belangrijk onderdeel van de ontwikkeling en verdere ‘vorming’ van een kind.
Soms gaat de hechting echter niet goed. Het kind heeft het gevoel van veiligheid niet. Dit wordt dan onveilige hechting genoemd. Dit kan ontstaan als het kind bijvoorbeeld vlak na de geboorte lang in de couveuse heeft moeten doorbrengen en het contact met de ouders weinig of minimaal was. Als het kind een pleegkind is, kinderen van tienermoeders, als het kind verschillende opvoeders heeft, niet voldoende aandacht krijg of op de verkeerde momenten aandacht krijgt, als de ouders inconsequent zijn, bij mishandeling, verwaarlozing of misbruik.

De behandeling van hechtingsproblematiek is niet makkelijk. De behandeling vraagt niet alleen veel van het kind, maar ook van de ouders en van het gezin. Voor de behandeling kan het beste het (t)huis van het kind gebruikt worden. Dat is vaak een rustpunt voor het kind en deze voelt het zich daar veilig. De hulpverlener krijgt dan ook de gebruikelijke ouder-kind interactie te zien en kan daar de behandeling op afstemmen, zowel voor het kind als ook voor de ouders.

De zorg met betrekking tot een angststoornis valt onder óf onder de wet langdurige zorg (Wlz) of onder het Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning). Hiervan is sprake als mensen niet voldoende in staat zijn om zichzelf te redden in de maatschappij. Om aanspraak te maken op de Wet langdurige zorg of de wet maatschappelijke ondersteuning moet er contact worden opgenomen met het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Het CIZ besluit voor welke zorg de cliënt in aanmerking komt.

Eén van de manieren om in geval van een angststoornis gebruik te kunnen maken van de WMO of de WLZ is een persoonsgebonden budget (PGB). Dit is een budget dat na het vaststellen van de indicatie overgemaakt wordt zodat de cliënt de financiële mogelijkheden heeft om zorg te ontvangen van een zorginstelling en/of hulpverlener naar keuze. De hoogte van dit budget wordt vastgesteld op basis van een zogeheten zorgplan. Het is een regeling die van toepassing is voor mensen van 18 jaar en ouder. Een alternatief voor het persoonsgebonden budget is zorg in natura.